IMG_0179.jpgIMG_1178.JPGIMG_1414.jpg100_0804.jpgIMG_1337.JPGIMG_1428.JPG

WEERSOMSTANDIGHEDEN

IS DE WINTER WEER IN AANTOCHT! DE NODIGE AANRIJDINGEN ZULLEN DAN ONGETWIJFELD WEER PLAATSVINDEN. HIERBIJ ENIGE TIPS:

GOED AUTORIJDEN:
Goed autorijden, begint met dagelijks naar het weerbericht luisteren. Immers rijden over besneeuwd wegdek, tijdens gladheid door ijzel (kans op slippen) en bij harde regen (kans op aquaplaning) vergt speciale aanpassing tijdens de rit.Bij gladheid en bij aquaplaning is op de juiste wijze accelereren (remmen of snelheid maken) van groot belang.
REMMEN:
De combinatie van slecht accelereren (versnellen en remmen), toestand van en banden (onvoldoende profiel) en onjuist sturen zijn vooral bij slechte weersomstandigheden bijna altijd de oorzaak van slippartijen. In eerder beschreven situaties, geen abrupte stuurbewegingen uitvoeren, gelijkmatig remmen en daarbij beslist blokkeren van wielen vermijden. Als men moet remmen, dan vertragend remmen, waarbij wielen nooit blokkeren. Met geblokkeerde wielen is het voertuig onbestuurbaar.
KIJKEN:
Vooruit kijken is een belangrijke voorwaarde om aanrijdingen te voorkomen. Het is daarom niet verstandig om kort op voorliggers (en helemaal niet kort achter vrachtauto’s of bussen) te rijden. Kortom, kijk voorzover het zicht het mogelijk maakt, ver vooruit. Laat het kijken niet ontaarden in turen, omdat anders er veel aan je voorbij gaat. Laat je blik af en toe eens dwalen zodat jij van andere richtingen naderend verkeer op tijd opgemerkt. Kijk tijdens de rit naar eventuele uitwijkmogelijkheden. Zoals stroken en bermen langs de weg zodat, indien de kans bestaat dat je betrokken raakt in kettingbotsing, je van deze uitwijkmogelijkheden gebruik kan maken.
SNELHEID en ONDERLINGE AFSTAND:
snelheid dient men aan te passen. Je moet namelijk binnen de afstand die de weg vrij en te overzien is, tot stilstand kunnen komen. Er wordt door de overheden geadviseerd de onderlinge afstand tussen twee rijdende voertuigen op 2 seconden te houden. Om rekenformules te laten voor wat ze zijn kan men grofweg stellen dat als men met 100 km per uur rijdt, men 30 meter per seconde aflegt. Rijdt met 50 km. per uur, dan legt men circa 15 meter per seconde af. Met andere woorden op wegen waar men 100 km per uur mag rijden bedraagt de geadviseerde onderlinge afstand tussen 2 rijdende voertuigen ongeveer 60 meter. Binnen de bebouwde kom is de voorgeschreven snelheid 50 km per uur. Onderlinge afstand bedraagt derhalve 15 meter. (ter oriëntatie: buiten de bebouwde kom staan lantaarnpalen ongeveer 50 meter van elkaar) Tijdens filevorming waarbij men veel langzamer rijdt kunnen de voorgeschreven snelheden en de onderlinge ruimtes tussen voertuigen evenredig aan elkaar worden aangepast.Beschreven afstanden zijn nodig om tijdig tot stilstand te kunnen komen. Een ouder persoon heeft namelijk een langere reactietijd (circa 1 seconde) dan een jonger persoon. (circa ½ seconde) Een ouder persoon heeft dus met een snelheid rijdende van 100 km per uur, al 30 meter afgelegd voordat hij daadwerkelijk aan remmen toekomt. Tel naast de reactietijd ook nog de stopafstand erbij, dan heeft een ouder persoon reeds circa 45 meter afgelegd voordat hij zijn voertuig tot stilstand heeft gebracht.
Voordelen van afstandhouden zijn:
De voorligger ziet het inhalende voertuig tijdig in zijn binnen c.q. buitenspiegel;
Als men de voorligger eerst kort is genaderd en vervolgens snel inhaalt, dan bevind jij je in de zogenaamde dode hoek. (deze hoek bevindt zich ongeveer 3 meter schuins links achter van het in te halen voertuig) Je rijdt dus buiten zicht via buitenspiegel, waardoor de ingehaalde bestuurder je helemaal niet kan zien);
De inhaler kan op zijn beurt tijdig de situatie voor de voorligger overzien en in geval van misrekening zijn inhaalmanoeuvre tijdig en zonder gevaar voor anderen onderbreken;
De zijdelinkse verplaatsing van het inhalende voertuig kan gelijkmatiger gebeuren waardoor bij gladheid slips voorkomen kunnen worden.
SLIPS en CENTRIFUGALE KRACHT:
Een slip ontstaat veelal bij gladheid door werking van opgewekte centrifugale krachten, tijdens een onverwachts abrupte stuurbeweging of door ongecontroleerd accelereren, waardoor wielen komen te spinnen. Het is soms beter, als het wegdek erg glad is, in de tweede versnelling weg te rijden. Centrifugale krachten ontstaan meestal in een bocht en werken van de binnen naar de buitenzijde van de bocht.
In lange doorlopende bochten, zoals bij kwadranten (Klaverblad van een verkeersplein), krijgt men wel eens te maken met een na bocht (dit is als het ware een knik in de bestaande lange bocht). Indien men een dergelijke bocht niet onderkend, dan zou het best kunnen zijn, dat de bestuurder moet wringen om door de bocht te komen en op eigen weghelft te kunnen blijven.
Kortom: Hoe ruimere bocht, hoe minder last van centrifugale krachten.
Om deze centrifugale krachten te doorbreken doet men er goed aan, voor de bocht snelheid aan te passen/te minderen en vlak voor het midden van de bocht snelheid weer gelijkmatig op te bouwen.
Remmen dient nooit blokkerend te gebeuren. Men dient de remdruk gedurende het remmen gelijkmatig te vergroten, waardoor de wielen gelijkmatig minder snel draaien en uiteindelijk helemaal stilstaan.
Uitzondering: Bij een noodrem tijdens gladheid. In dat geval moet men "pompend" remmen. Men moet in een dergelijk geval hard en ritmisch op het rempedaal trappen en deze meteen weer loslaten, waardoor de banden als het ware door de gladde laag het wegdek weer raken. Elke keer als de rem los wordt gelaten is bijsturen mogelijk en soms wenselijk.
Om te voorkomen, dat passagiers tijdens het remmen door de voorruit vliegen, is het verstandig om de remdruk, vlak voordat het voertuig tot stilstand komt, te verminderen. (dus de druk waarmee geremd wordt reduceren en bij tot stilstand komen opheffen)
Remmen in een bocht is in principe uit den boze. Als de wielen dan blokkeren, dan gaat het voertuig door het gewicht, de snelheid en onbestuurbaarheid in de richting die het begonnen is. Het gevolg is, dat men met het voertuig uit de bocht vliegt.
ENKELE TIPS:
Als men met zijn voertuig in de berm terecht komt, dan trekkracht van voertuig onderbreken door koppeling in te trappen. Daarna gelijkmatig met kleine stuurcorrecties gaan in de richting die men verkiest;
Een vangrail heeft door het materiaal en de vorm de neiging om als men ertegenaan rijdt, het voertuig terug te kaatsen. Om te voorkomen, dat men met het voertuig weer in het verkeer teruggekaatst wordt en daarbij dwars in het rijverkeer terecht komt met alle nare gevolgen van dien, kun je het beste naar de vangrail toe sturen. Het voertuig blijft dan als het ware aan de vangrail aangekleefd, waardoor veelal ruimte blijft voor het langsrijden van andere van achteren naderend verkeer, met de grootste kans om te overleven;
Als men door pech op een weg komt stil te staan. Plaats het voertuig dan zoveel mogelijk van de rijbaan. (zonodig half in de berm) Zet vervolgens een of meerdere gevaren driehoek(en) uit op circa 50 meter voor en/of achter je voertuig, zodat andere bestuurders deze bakens op tijd kunnen waarnemen.
Bij het te water raken, het voertuig zo snel mogelijk verlaten. Als het niet mogelijk is, dan kan men het voor en/of achterruit verwijderen door ruggelings half in de stoel te zitten, een been licht gebogen met de voet in een hoek van de ruit te plaatsen en het been vervolgens te strekken, waardoor het ruit uit zijn sponning wordt gedrukt. Met slaan of schoppen bereikt men meestal niets.
Ten slotte:
Zorg tevoren steeds, de route naar je te doel kennen.
Let op het wegnummer bijvoorbeeld A1 of N 220 enzovoorts. Maak er een gewoonte van dat je weet welke afritten bij plaatsen je gepasseerd bent en welke kilometerpaaltjes je zojuist voorbij bent gereden.
Bij pech, aanrijding of als men bijvoorbeeld in een ravijn is gereden, kan door een juiste positionering snel hulp worden geboden.
Een "handphone" is eigenlijk in verband met vragen van noodhulp onontbeerlijk. Het is zelfs mogelijk om op het paneeltje van je telefoon een optie te reserveren voor EU alarmnummer: 112. Dit nummer is in de EU bemand door personeel, wat bijna alle talen spreekt van de aangesloten de landen. Houd het bericht kort. Noem naam, plaats en omschrijf de nodige hulp kort. Zeg meteen of assistentie urgent is!
Allen een goede reis en behouden thuiskomst toegewenst!